Een onbekend aantal van de kandidaat-wethouders voor het nieuwe stadsbestuur in Den Haag heeft nog geen Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) gekregen. Zo'n verklaring is absoluut noodzakelijk voordat zij officieel tot wethouder kunnen worden beëdigd.
In een brief aan de gemeenteraad over de screening van de beoogde wethouders lijkt burgemeester Jan van Zanen zich niet echt zorgen te maken over het uitblijven van een VOG voor sommige kandidaat-wethouders. "Dit houdt verband met de doorlooptijd van de aanvraagprocedure", schrijft Van Zanen. Hij zou dus nadrukkelijk niet gaan om een formeel beletsel op het gebied van integriteit. Het is de bedoeling dat de nieuwe wethouders donderdag worden beëdigd.
Een speciale Commissie Screening Kandidaat-Wethouders heeft alle tien kandidaten gesproken en uitgebreid onderzoek naar hen gedaan. Daarbij zijn geen feiten en omstandigheden op het gebied van integriteit aangetroffen die een formeel beletsel vormen voor de benoeming van deze kandidaten als wethouder van de gemeente Den Haag. aldus de burgemeester.
Geen absolute zekerheid
"De screening betreft een momentopname", benadrukt Van Zanen. "De bevindingen zijn gebaseerd op de door de kandidaat zelf verstrekte informatie en aangevuld met onderzoek in openbare bronnen. Een dergelijk onderzoek kan geen absolute zekerheid bieden en sluit niet uit dat zich later feiten of omstandigheden voordoen die ten tijde van de screening niet bekend waren bij de commissie of niet kenbaar konden zijn. De commissie heeft haar oordeel gevormd op basis van de informatie die op het moment van onderzoek beschikbaar was."
Tot slot besteedt de burgemeester enkele zinnen aan de beoogde wethouders die een "voorgeschiedenis" hebben die in de openbaarheid en in de gemeenteraad "de nodige aandacht" hebben gekregen. "Dat heeft geleid tot een aantal aanvullende aanbevelingen en beheersmaatregelen", aldus Van Zanen. Daarbij noemt hij onder meer een consistente, transparante en voorspelbare bestuursstijl, het actief herstellen en versterken van de werkrelaties met de ambtelijke organisatie, terughoudendheid bij toezeggingen die niet binnen het college zijn geborgd en een zorgvuldige omgang met vertrouwelijke informatie.